1927-1954


Het was in het jaar 1925. Europa had zich net met veel moeite hersteld van de gevolgen van de 1e Wereldoorlog.
In Nederland - op de Veluwe - lag een rustiek plaatsje Ede genaamd.
In dit Veluwse dorp en meer precies in de wijk die gevormd werd door de Bunschoterweg, de Bergstraat, Stomperkampweg en Kreelseweg kwamen een aantal schoolvrienden bij elkaar om een voetbalvereniging op te richten. In Ede-Zuid was inmiddels de v.v. Ede opgericht. De v.v. Ede bestond toen hoofdzakelijk uit militairen.
De jonge knapen wilden een echte voetbalclub in Ede-Noord: van en voor volksjongens en min of meer als tegenhanger van de club in Ede-Zuid. Albertus van den Hoeve (in de volksmond: “Bart Hoef”) en Henk Nijenhuis waren de initiatiefnemers voor dit ambitieuze plan.
De bakermat van de vereniging lag in het Edese Bos, onder het soms boze oog van boswachter Wanders. Vanuit het Edese Bos vertrok de vereniging, tot grote opluchting van boswachter Wanders, later naar de Edese Hei.
Na een jaar ploeteren op een zandvlakte op de hei vertrokken de voetbalvrienden naar een terreintje achter de watertoren. Dit werd het eerste echte sportcomplex van de nieuwe vereniging die onder de naam “De Rode Duivels” haar wedstrijden speelden. Van de wedstrijden, die in die beginfase werd gespeeld, waren er veel tegen clubs die nu niet meer bestaan. Jonge Kracht uit Wageningen was zo’n vereniging.
Drie jaar later, na verschillende wedstrijden in min of meer “wild competitieverband” gespeeld te hebben, kreeg de definitieve oprichting gestalte.
De jongens die de club hadden opgericht waren inmiddels zo rond de 17 jaar oud en ze vonden dat ze zo langzamerhand toe waren aan het grote werk. De naam van de vereniging werd op 1 oktober 1927 veranderd in v.v. Edesche Boys omdat de Arnhemse Voetbalbond (A.V.B.) de eerdere naam van de vereniging niet wenste in te schrijven (omdat er al een andere vereniging in Nederland bleek te zijn met een soortgelijke naam). Het “v .v.” voor de naam werd bewust gekozen omdat dit in die dagen een speciaal cachet gaf aan de club. De v. v. Edesche Boys bestond vanaf genoemde datum officieel en op de ledenlijst kwamen 12 namen voor. De “sch” in de naam was die tijd natuurlijk taalkundig volkomen correct. De vereniging bleef door de jaren heen gehecht aan de naam “Edesche” mèt de “sch” omdat dat zo mooi aangeeft, dat het een zeer oude vereniging is.
De allereerste wedstrijd die Edesche Boys in competitieverband speelde was in het seizoen 1928-1929 tegen O.N.A., bij de “Blauwe Kamer”, achter Wageningen. Deze vereniging O.N.A. mag niet verward worden met het huidige O.N.A.’53. Dat was namelijk een heel andere vereniging die - zoals het jaartal 53 al aangeeft - pas veel later in beeld kwam.
De eerste voorzitter van de Edesche Boys werd D. Schoonderbeek die samen met een aantal leden het bestuur vormde. Bart Hoef was een van die leden die zitting nam in het bestuur. Hij zou het bestuur pas verlaten bij zijn overlijden op 73-jarige leeftijd. Bart Hoef heeft veel betekend voor de Edesche Boys. Hij wist, samen met Jan Struik en Aart van de Vliert, ook tijdens de moeilijke oorlogsjaren 1940-1945 de vereniging bij elkaar te houden.
Het veld achter de watertoren werd in 1934 verruild voor een veld dat ver uit de koers lag van de oorspronkelijke woonwijk van deze knapen, namelijk het sportpark achter “De Reehorst”.
Meindert Schuitema was inmiddels gestopt met voetballen en was voorzitter geworden van de vereniging.
Doordat de Duitsers het sportpark in 1944 opeisten moest Edesche Boys uitwijken naar het terrein “Het Zwarte Water” halverwege Lunteren. Dit sportpark kende geen wasgelegenheid en was voor topvoetbal eigenlijk ongeschikt. Na de wedstrijden werden de koeien weer uit de stal gehaald en op het veld toegelaten en met geleend water van boer Brouwer konden de spelers zich wassen. Van de ergste modder verlosten de spelers zich vaak met water uit de sloot langs het terrein.
In september 1945 kon de vereniging haar competitie hervatten op het sportpark achter de Reehorst.
In de jaren vijftig speelde een aantal bekende Edenaren in het eerste elftal van Edesche Boys. Bijvoorbeeld Nelis Brouwer, die later op de oude markt in Ede café Marktzicht exploiteerde, Henk de Kruijf, Jan Melgers, Rinus van Alfen, Van Gulik, Leo Strijder, Elbert van Holland (de beroemde visboer), Bertus Beukhof, Evert Veenendaal, Bertus Zittersteijn, Paul van Gelder en natuurlijk Bart Hoef zelf.
Een aantal jaren later zouden onder andere spelers als Nico Versteeg, Rinus Wassingmaat, Rinie van Ruler, Geert Struik, Cor Heikamp, Joop Merlijn, de gebroeders Henk en Ton Florissen, Huub Jacobs, Piet de Block en Aart Koster de gelederen van Edesche Boys komen versterken.
Op vrijdag 31 oktober 1952 werd in de zaal “Onder de Toren” een daverende feestavond gevierd, die door de toenmalige voorzitter Jan Struik werd geopend. Op deze avond werd Bart Hoef door de vereniging onderscheiden met een gouden speld voor zijn 25-jarig bestuurslidmaatschap.

1955-1975


In 1955 kreeg de vereniging voor het eerst te maken met een medebespeler van het sportpark. Een aantal jaren daarvoor was uit de personeelsvereniging van de ENKA een voetbalelftal, genaamd “Rayon Trappers”, opgericht. In 1955 werd deze naam veranderd in Blauw Geel ‘55.
Blauw Geel ‘55 werd direct door de gemeente Ede als het ware uitgehuwelijkt aan Edesche Boys en
vanaf dat moment gaan beide verenigingen samen – op hetzelfde sportpark - door het leven.
Op 1 oktober 1957 werd het 30-jarig bestaan uitbundig gevierd in een zaaltje van “Onder de Toren” tegenover de oude kerk in het centrum van Ede. Bob Plooy verzorgde de muzikale tonen op die avond.
Naast het voetballen werd Edesche Boys een specialist in verhuizen. Want aan het spelen op “De Reehorst” kwam in 1959 een einde. Jan Struik was inmiddels al jaren voorzitter van Edesche Boys. Tijdens een roerige algemene ledenvergadering onder zijn leiding werd besloten om de kontributie per 1 oktober 1962 te verhogen naar fl. 1,50 per maand voor de senioren en fl. 0,75 per maand voor de junioren.
In Ede-Noord, in de buurt waar de feitelijke “roots” van de vereniging lagen, werd door de gemeente een schitterend sportcomplex aangelegd. De Bosrand werd in 1965 het nieuwe onderkomen van Edesche Boys terwijl de jeugd nog tot 1967 op “De Reehorst” bleef spelen. Zelfstandigheid zou toen al op zijn plaats geweest zijn, maar helaas besliste de gemeente dat Blauw Gee1 ‘55 ook mee moest verhuizen. Door deze beslissing zouden Edesche Boys en Blauw Geel ’55 gedurende lange tijd als het ware aan elkaar verbonden blijven.
Op de Bosrand kreeg Edesche Boys voor het eerst te maken met een clubgebouw. De Stichting “Alcohol Vrije Dranken” werd door de gemeente aangetrokken als exploitant. Toon Hollebrans en Ties van de Brink waren in die dagen de mensen die de limonade inschonken. Vóór deze periode kwamen de leden van Edesche Boys veelal bij elkaar in café de Bospoort of in café Onder de Toren. Om te vertrekken naar wedstrijden moest er natuurlijk een verzamelpunt zijn en dat was op zondagmorgen vroeg de enige mogelijk gelegenheid, die dan open was. Het “clubhuis” was in de beginjaren gewoon de woning van Bart Hoef en zijn vrouw. Daar werden de opstellingen gemaakt en daar werd vergaderd door het bestuur.
Eenmaal op de Bosrand zochten de leden hun vertier - na het drinken van de limonade natuurlijk - in café “Boschlust”. Jarenlang was ook deze plaats als het ware het clubhuis van Edesche Boys. Mevrouw Verschoor was in die dagen onze kantineprinses. Zij verzorgde de spelers uitstekend en was altijd zeer zorgzaam.
In het Marnix College werd op 1 oktober 1967 het 40-jarig bestaan gevierd. Inmiddels was Bart Hoef al 40 jaar bestuurslid van de vereniging en werd hij bij deze gelegenheid door de Koningin benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In 1971 stopte Jan Struik als bestuurslid en werd hij daarbij voor zijn verdienste benoemd tot Ere-Lid van de vereniging.
Maar ook aan de mooie tijd op de Bosrand kwam een eind. De gemeente Ede groeide inmiddels uit haar voegen, reden waarom het gemeentebestuur besloot een geheel nieuwe wijk te gaan bouwen. De wijk Veldhuizen kreeg gestalte. Langs de oude weg naar Veenendaal ter hoogte van de Horsterweg werd op het terrein van de oude “vloeivelden” een sportpark aangelegd.


1976-1983


Sportpark “De Peppelensteeg” werd op 1 januari 1976 geopend voor bespeling door zowel Edesche Boys als – een goed lezer raadt het al – Blauw Gee1 ‘55. Het oude sportpark “De Bosrand” werd definitief omgebouwd voor het gebruik door de hockeyvereniging.
Op het nieuwe complex was inmiddels een clubhuis neergezet door Blauw Gee1 ‘55. Edesche Boys mocht op trainingsavonden en op 11 wedstrijddagen gebruik maken van het gebouw. Deze afspraak hield niet lang stand en Edesche Boys vertrok naar het restaurant De Dolfijn boven het zwembad.
Bert Middelkoop was inmiddels op 18 april 1975 aangetreden als voorzitter van de vereniging. Tussen 1971 en 1975 had Bart Hoef deze functie vervult maar hij wenste van de leden dat het roer door jongeren werd overgenomen. Het bestuur van Edesche Boys werd in oktober 1975 versterkt met vice-voorzitter Ton van Deursen. Dit toenmalige gemeenteraadslid zou veel baanbrekend werk verrichten voor de club. In het restaurant boven het zwembad werden door een aantal leden de eerste plannen gesmeed om een eigen clubhuis te gaan bouwen.
Gerhard Bakker, toen secretaris van de club, deed een beroep op Dik Pol, ambtenaar van de gemeente Ede, om een plan te ontwikkelen voor de bouw van een eigen clubhuis. Klaas Florissen kwam met een uitstekend plan om de financiering van het gebouw te laten verlopen met het uitzetten van obligaties.
De totale kosten werden geraamd op fl.105.000,- . In die tijd voor een kleine amateurvereniging natuurlijk een astronomisch bedrag. Met behulp van allerlei vormen van subsidie, tijdelijke bijdragen van leveranciers en het uitgeven van genoemde obligaties werd tenslotte de beslissing genomen om het clubhuis te gaan bouwen en op 4 maart 1976 werd de bouwvergunning aangevraagd bij de gemeente.
Op 23 oktober 1976 werd door Bart Hoef de eerste steen gelegd van een mooi clubhuis.
Met de bouw van dit clubhuis kwam het ware karakter van Edesche Boys boven. In tijden dat er bedreigingen of moeilijkheden zijn, overleeft de vereniging altijd door verregaande vormen van samenwerking. Een groot aantal trouwe Boys-leden alsmede diverse sympathisanten stelde zich beschikbaar om deze bouw te realiseren. Dag en nacht werd er gewerkt aan het tot stand komen van het clubhuis. Op 29 juli 1977 nam Edesche Boys met gepaste trots haar eigen clubhuis in gebruik.
In augustus 1977 werd door Gijs Hols en Jan Randewijk het initiatief genomen om een klaverjascompetitie op te zetten. Dit plan slaagde volledig en ook in 2007 is deze vereniging nog steeds actief en zeer hecht in haar ledenaantal.
Met het in gebruik nemen van het clubhuis begon eigenlijk de groei van Edesche Boys op gang te komen. Het aantal leden groeide gestaag en op 1 juli 1977 was het ledenaantal van 12 in 1927 opgelopen tot 152.
Op 1 oktober 1977 werd in het cultureel centrum De Reehorst een grandioze jubileumfeestavond gehouden. Edesche Boys vierde zijn 50 jarig bestaan. Naast een groot showprogramma met een afsluitend feest was de benoeming van Bart Hoef tot Bondsridder van de K.N.V.B. een hoogtepunt in de geschiedenis van de vereniging.
In hetzelfde jaar, op vrijdag 18 maart 1977, nam de toenmalige wedstrijd-secretaris Edesche Boys Jan Randewijk (later werd hij voorzitter) het initiatief om in het kader van het 50 jarig jubileum, de Ede-Cup opnieuw in het leven te roepen. Nadat een aantal jaren daarvoor het toernooi was gestrand ondernam het bestuur van de Edesche Boys actie om alle verenigingen binnen de gemeente Ede opnieuw te mobiliseren voor dit mooie toernooi.
Lunteren wint op sublieme wijze dit Edesche Boys jubileumtoernooi.
Edesche Boys heeft meer dan 10 jaar de organisatie van de Ede-Cup op zich genomen. Tegenwoordig wordt dit toernooi georganiseerd door de Belangengemeenschap Edese Veldvoetbalverenigingen.
Op 24 oktober 1978 werd Piet de Block voorzitter van de vereniging nadat hij zich vele jaren daarvoor had ingezet voor de jeugd. Al snel werd het clubhuis te klein en moest er aangebouwd worden. Wederom werd dit project gerealiseerd met de inzet van eigen leden. Later zou nog een uitbreiding plaatsvinden en werden er enkele toiletgroepen bijgebouwd.
De groei van Edesche Boys zette zich gestaag voort en het ledenaantal groeide ver boven de 300 uit. Vooral de jeugdafdeling van Edesche Boys maakte in die jaren een expansie door. Piet de Block gaf de voorzittershamer in 1979 aan Ed de Lange door en gaf hem de eer om de kar te trekken.

 

1984-2002

Volgt